Rapport is het vermogen om verbinding te maken met wie en wanneer je maar wilt en een staat waarin je onbewust ontvankelijk bent voor de non-verbale communicatie van de ander. Je bent in rapport met de ander als de ander op jou reageert  door onbewust zijn/haar houding ‘bijna’ exact aanpast aan jouw houding. Dus door rapport te maken, krijg je automatisch toegang tot het onderbewustzijn van iemand anders. Hierdoor kun je in korte tijd intense relaties aangaan met wie en wanneer je maar wilt.

 Overigens kan rapport ook ontstaan door het dragen van dezelfde kleding, interesse en humor

 Rapport ontstaat door het volgende:

  • Matching: Je geeft feedback aan de ander door gebruik van het zelfde lichaamsdeel. Dus de ander doet de benen over elkaar van links naar rechts, de practitioner doet exact  hetzelfde.
  • Mirroring: Je geeft feedback aan de ander door je lichaamshouding te spiegelen aan de ander. Dus de ander doet de benen over elkaar van links naar rechts, de practitioner doet de benen over elkaar van rechts naar links.
  • Cross over matching: Je geeft feedback aan de ander door ander deel van je lichaam te gebruiken om de ander te matchen. Dus de ander doet de benen over elkaar van links naar rechts, de practitioner doet de armen over elkaar van links naar recht.
  • Micro muscle matching: De ander tilt zijn/haar arm op, de practitioner spant spieren in arm. Deze wijze is erg effectief doordat je deze vorm van rapport continu kan uitvoeren zonder dat de ander dit bewust waarneemt.
  • Mismatchen: Het bewust of onbewust niet afstemmen op de ander

We kunnen de volgende zaken matchen en spiegelen:

Fysiologie (+/- 55%)

  • Houding
  • Gebaren
  • Gezichtsuitdrukkingen
  • Knipperen
  • Ademhaling

Stem (+/- 38%)

  • Toonhoogte             (hoog-laag)
  • Tempo             (langzaam-snel)
  • Volume            (hard-zacht)

Woorden (+/- 7%)

  • Predicaten
  • Sleutel woorden
  • Associatie van woorden aan gebeurtenissen

De practitioner kan de aanwezigheid van rapport testen door het maken van een beweging. Als de ander dan deze beweging  onbewust volgt dan is er sprake van rapport. Volgt de ander niet dan is rapport verbroken en kun je het proces opnieuw opstarten. Maar hoe weet je nu dat je rapport hebt met iemand. Wanneer er sprake is van rapport, zijn meerdere van onderstaande indicatoren aanwezig:

  • Een gevoel van binnen (warmte, rust, vertrouwen, zekerheid)
  • Het gezicht verandert van kleur
  • Verbale uitingen zoals :”ken ik jou ergens van”
  • Volgen en leiden

Robert Dilts heeft een handig model (HALTO) ontwikkeld om snel te leren op welke zaken je zoal kunt letten  bij het afstemmen op je gesprekspartner:

  • Hoofd en handen
  • Ademhaling
  • Lichaamshouding
  • Tonaliteit en tempo
  • Oogcontact

Volgen en leiden (Pacing & Leading)

Door het volgen van de ander, stem je af op de ander. Wanneer er rapport tot stand is gebracht, kun je het ”volgen” veranderen in “leiden” Je kunt dit doen op dezelfde manier als het controleren van rapport.

Backtrack frame

Backtracking betekent het herhalen of samenvatten van iemands bewoordingen. Hierbij maak je gebruik van de sleutelwoorden die de ander heeft gebruikt en de daarbij behorende tonaliteit. Door het gebruik van backtracking bouw je rapport op met je gesprekspartner

Luister goed naar wat de ander zegt en let daarbij vooral op bepaalde sleutelwoorden. Dit zijn woorden die eruit springen of door de spreker analoog gemarkeerd woorden. Analoog markeren is je woorden extra dimensie geven door bij de uitspraak ook non-verbale communicatie te gebruiken. Let ook op de tonaliteit waarmee deze woorden worden uitgesproken. Geef vervolgens een beknopte samenvatting van wat de ander heeft gezegd en verweef daarin de sleutelwoorden. Spreek deze uit met dezelfde intonatie als waarmee je gesprekspartner ze uitspreekt.

LET OP: GEBRUIK DEZELFDE WOORDEN EN VUL ZELF NIETS IN

Voorbeeld:

Cliënt: “Ik zie erg op tegen het gesprek met mijn chef morgenochtend. Ik ben boos maar tegelijkertijd ook bang om mijn baan te verliezen. En nu werken mijn collega’s ook al niet mee.

Coach: “Dus je ziet erg op tegen het gesprek met je chef morgenochtend. Je bent boos en tegelijkertijd ook bang om je baan te verliezen. En nu werken je collega’s ook al niet mee.