Representatie systemen zijn systemen waarmee wij waarnemen. Dat doen we met onze zintuigen: we kunnen alles zien, horen, ruiken, proeven en voelen. Als mens kunnen we nooit alles tegelijk waarnemen wat er aan informatie op ons afkomt.  In een onderzoek, ontdekte George Miller (1956) dat wij gemiddeld 7 + of – 2 dingen tegelijk waarnemen.  En dat is maar goed ook. Stel je voor dat we alles zouden kunnen waarnemen dan zouden we gek worden. De keuze welke informatie we dan wel opnemen is een onbewuste keuze. Sommige mensen zijn vooral visueel ingesteld en zien allerlei details, terwijl anderen voornamelijk grote lijnen zien. Auditieve mensen horen een veelheid aan verschillende geluiden en kinesthetische mensen voelen voornamelijk de atmosfeer, de temperatuur en de materialen waar ze op zitten, staan, liggen ,etc.

NLP gaat ervan uit dat mensen een voorkeur hebben in hun zintuiglijke waarneming. Dit is prima te horen aan wat mensen zeggen. Kijk maar eens naar onderstaande uitspraken:

Visueel

Ik zie het hier helemaal zitten. Kijk toch eens naar die mooie kleuren.

Auditief

Fantastisch, luister eens naar die mooie klanken van de viool, ik vraag me af waar het vandaan komt.

Kinesthetisch

In de concertzaal voel ik me helemaal thuis, ik ontspan me helemaal.

Niet specifiek

iIn de concertzaal denk ik steeds weer terug aan vroeger en er komen dan prettige herinneringen naar boven.

 

Naast visueel, auditief en kinesthetisch kennen we mensen die als voorkeur auditief digitaal hebben, ook wel interne dialoog genoemd. Zij spreken vooral in zichzelf, hebben een sterke interne dialoog in plaats van beelden, geluiden of gevoelens. Auditief digitaal staat voor woorden (tegen zichzelf spreken) en auditief tonaal voor geluiden (horen)

Visueel

Mensen met een sterk visueel representatiesysteem staan of zitten met het hoofd rechtop/omhoog en met hun ogen naar boven. Visuele mensen maken snelle, krachtige bewegingen, lopen meestal snel, met hun hoofd omhoog. Ze hebben meestal een hoge ademhaling. Op een stoel zitten ze meestal naar voren of op het puntje van hun stoel. Ze vinden herinneringen door het zien van beelden en zijn minder gericht op geluiden en woorden. Ze hebben moeite met verbale instructie aangezien hun gedachten met beelden aan de haal gaan. Visuele mensen willen graag weten hoe dingen eruit zien.

Auditief

Auditieve mensen bewegen hun ogen veelal zijwaarts en ademen vanuit het midden van hun borst. Ze spreken veelal tegen zichzelf (soms bewegen ze hun lippen mee wanneer ze tegen zichzelf praten) en zijn snel afgeleid door geluiden. Ze kunnen woorden vaak letterlijk terug vertellen zoals  ze die gehoord hebben.

Ze leren door te luisteren, houden van muziek en telefoongesprekken. Auditieve mensen bewegen minder snel en opvallend dan visuele mensen. Ze horen graag of ze het goed doen en krijgen graag verbale respons. “Wat vindt je ervan?”

 

Kinesthetisch

Mensen die kinesthetisch zijn, ademen veelal diep: dat is te zien aan het op en neer gaan van de buik. Ze lopen vaak langzaam met geleidelijke bewegingen en praten ook heel langzaam. Ze reageren op een fysieke manier, door mensen aan te raken en voelen andere mensen aan. Ze staan dichter bij andere mensen dan visuele mensen. Kinesthetische mensen hoeven niet altijd te praten om andere mensen te begrijpen, ze voelen of iets goed zit. Ze weten of iets goed is wanneer iets goed VOELT. Ze herinneren dingen door er nog eens door heen te lopen, ze kunnen ervaringen opnieuw fysiek beleven.

 

Auditief Digitaal

Deze mensen spreken veelal tegen zichzelf (interne dialoog). Het verschil met auditief (tonaal) en digitaal zit vooral in de interne representatie. Auditieve mensen horen vooral wat anderen tegen hen zeggen en wat ze zelf gezegd hebben. Auditief digitale personen voeren gesprekken met zichzelf over wat ze waarnemen en daarvan vinden. Dialoog bestaat vooral  uit innerlijk commentaar geven over datgene wat er gebeurt. Digitale personen maken gebruik van elementen uit andere systemen. Ze willen weten of datgene wat ze waarnemen ‘logisch is’