De drie gebieden waarin het woord voorkomt
In het dagelijks taalgebruik is een generalisatie een uitspraak die een hele groep over één kam scheert. "Nederlanders zijn direct" is er een.
In de statistiek betekent generaliseren dat je een uitkomst uit een steekproef doortrekt naar een grotere groep. Of dat mag, hangt af van hoe die steekproef is samengesteld.
In de psychologie gaat het over iets dat je hersenen doen zonder dat je het vraagt: van losse ervaringen een regel maken. De rest van deze pagina gaat daarover, want dat is het gebied waar je er in je dagelijks leven het meest last en gemak van hebt.
Wat je hersenen ermee doen
Je krijgt elke seconde meer informatie binnen dan je kunt verwerken. Om dat behapbaar te houden vat je samen. Je hebt drie keer meegemaakt dat een gesprek met een bepaalde collega stroef verliep en vanaf dat moment weet je "hoe hij is".
Dat is een geweldige uitvinding. Je hoeft bij elke nieuwe deur niet opnieuw uit te vinden dat een klink naar beneden gaat. Je leert van drie ervaringen in plaats van van driehonderd.
De rekening komt zodra je hetzelfde doet met mensen, met situaties of met jezelf. "Ik ben nu eenmaal niet goed in presenteren" is precies dezelfde beweging als die deurklink. Alleen sluit hij een deur in plaats van er een te openen.
Waaraan je een generalisatie herkent
Ze verraden zich in de taal en dat is te leren horen. Let op deze woorden:
- altijd, nooit
- iedereen, niemand
- alle, geen enkele
- steeds, elke keer
- typisch iets voor
Zodra een van die woorden valt, gaat het niet meer over een gebeurtenis. Dan gaat het over een regel die iemand ergens van gemaakt heeft.
Let ook op het werkwoord "zijn". "Hij doet vervelend" beschrijft gedrag. "Hij is vervelend" is een generalisatie over een persoon en die is veel moeilijker terug te draaien.
Als het te ver is doorgetrokken
Overgeneralisatie is de term voor een regel die op veel te weinig materiaal rust. Één afwijzing wordt "niemand wil mij", één slecht cijfer wordt "ik kan dit niet".
In de zorg en in de psychologie geldt het als een van de denkfouten die het hardst doorwerken, omdat de regel zichzelf daarna gaat bewijzen. Wie gelooft dat hij niet kan presenteren, oefent minder, staat gespannener voor de zaal en heeft aan het eind van de dag opnieuw bewijs.
Hoe je een generalisatie openbreekt
Met één vraag, en die vraag zoekt de uitzondering.
Iemand zegt: "Ik doe het ook altijd fout."
Jij vraagt: "Altijd? Is er weleens een keer geweest dat het wél goed ging?"
Zodra de ander één voorbeeld vindt waarin de regel niet opgaat, is de regel geen regel meer. Dan is het een ervaring geworden en daar valt mee te werken.
Bij een generalisatie over een groep werkt dezelfde beweging. "Wie precies?" en "Wanneer was dat?" halen het van het niveau van de regel terug naar het niveau van wat er werkelijk gebeurd is.
Dit is een van de vragen uit het Meta Model, de vragenset in NLP die daar precies voor gemaakt is.
Generalisatie, deletie en distortie
Generaliseren is één van de drie manieren waarop je de werkelijkheid samenvat. De andere twee zijn weglaten en vervormen. Samen bepalen ze wat er van een gebeurtenis overblijft tegen de tijd dat hij in je hoofd zit.
Hoe die drie samenwerken staat op deletie, distortie en generalisatie.
Ermee leren werken
Je eigen generalisaties horen is lastiger dan die van een ander, want van binnenuit klinken ze als feiten. Wat helpt is letten op de vijf woorden hierboven in je eigen zinnen. Zodra je "altijd" hoort, ben je aan het samenvatten.
In de NLP Practitioner is dit een van de eerste dingen die je leert horen, omdat vrijwel elke vastgelopen overtuiging op een generalisatie rust.