Van alle mensen die in NLP genoemd worden, is Noam Chomsky degene die er zelf het minst mee te maken heeft gehad. Hij is taalkundige en heeft zich niet met therapie of coaching beziggehouden.
Zijn werk uit de jaren vijftig en zestig vormde wel de basis voor het metamodel. Met die vragenset achterhaal je in NLP wat iemand precies bedoelt. Op deze pagina lees je wie Chomsky is, wat zijn taaltheorie inhoudt en waar de brug naar NLP ligt.
Wie Noam Chomsky is
Avram Noam Chomsky werd in 1928 geboren in Philadelphia. Hij studeerde taalkunde en filosofie aan de University of Pennsylvania. Vanaf 1955 werkte hij aan het Massachusetts Institute of Technology, waar hij later Institute Professor emeritus werd. In 2017 sloot hij zich aan bij de University of Arizona.
Bij het grote publiek is hij ook bekend als politiek criticus. Zijn boek over media en macht, geschreven met Edward S. Herman, is een klassieker in dat vak. Voor deze pagina gaat het om zijn werk als taalkundige. Als grondlegger van de generatieve taalkunde wordt hij gerekend tot de invloedrijkste taalwetenschappers van de twintigste eeuw.
Wat zijn taaltheorie inhoudt
In 1957 verscheen Syntactic Structures, een dun boek dat grote invloed kreeg op de taalwetenschap.
De heersende opvatting was tot dat moment dat een kind taal leert door imitatie en beloning. Je zegt iets goed, je krijgt een reactie en je doet het vaker. Chomsky liet zien dat die verklaring niet toereikend is. Hij deed dat met een observatie die iedereen kan controleren.
Kinderen maken zinnen die ze nooit gehoord hebben. Een kind van drie zegt bijvoorbeeld ‘ik heb gelopen’ of ‘twee schaaps’ en heeft die vormen van niemand overgenomen. Het past een regel toe die het zelf heeft afgeleid, soms iets consequenter dan de taal voorschrijft.
Daaruit trok Chomsky de conclusie dat mensen geboren worden met een aanleg voor grammaticale structuur. Die aanleg noemde hij de universele grammatica. Welke taal je leert, hangt af van waar je opgroeit. Dat je een taal leert en hoe snel dat gaat, hangt volgens hem mede af van iets wat al aanwezig is.
Zijn recensie uit 1959 van een boek van gedragspsycholoog B.F. Skinner is een van de bekendste vakteksten van de vorige eeuw. Die recensie wordt vaak aangewezen als het moment waarop het behaviorisme zijn greep op de taalwetenschap verloor.
Dieptestructuur en oppervlaktestructuur
Dit is het deel van zijn werk waar NLP op leunt. Een voorbeeld maakt het begrijpelijk.
Neem de zin: ‘De beslissing werd genomen.’
Grammaticaal klopt de zin. Er ontbreekt alleen informatie. Wie besloot? Wat werd er besloten? Wanneer? Die informatie kan in het hoofd van de spreker aanwezig zijn en tijdens het formuleren zijn weggelaten.
Chomsky noemde de volledige betekenisstructuur de dieptestructuur en de zin zoals die uitgesproken wordt de oppervlaktestructuur. Tussen die twee zit een reeks bewerkingen, zoals weglaten, samenvatten en omzetten. Die bewerkingen noemde hij transformaties. Daar komt de naam transformationeel-generatieve grammatica vandaan.
In de taalkunde is dit een technisch model over de vorming van zinnen. In een gesprek maakt het je erop attent dat een uitgesproken zin niet alle informatie bevat die voor de spreker beschikbaar is.
Waar de brug naar NLP ligt
Toen Richard Bandler en John Grinder in de jaren zeventig aan NLP begonnen, was Grinder taalkundige aan de universiteit van Santa Cruz en vertrouwd met de transformationele grammatica.
Zij liepen de route uit Chomsky’s model als het ware terug. Chomsky beschreef hoe een spreker van dieptestructuur naar oppervlaktestructuur komt. Bandler en Grinder onderzochten welke vragen de weggelaten informatie weer beschikbaar maken.
Dat werd het metamodel, beschreven in hun eerste boek uit 1975. Het is een vragenset die aansluit op de bewerkingen die Chomsky beschreef.
Iemand zegt: ‘Ze luisteren nooit naar me.’
Je vraagt: ‘Wie precies?’ en ‘Wanneer gebeurde dat?’
Iemand zegt: ‘Dat kan niet.’
Je vraagt: ‘Wat houdt je tegen?’
Iemand zegt: ‘Hij vindt me niet aardig.’
Je vraagt: ‘Hoe weet je dat?’
Elke vraag onderzoekt informatie die tijdens het spreken is verdwenen of vervormd. Hoe die bewerkingen precies werken, lees je op deletie, distortie en generalisatie.
Dit is een vergaande vereenvoudiging van Chomsky’s werk. Hij schreef over taal als systeem en niet over gesprekken tussen mensen. NLP heeft daar een bruikbaar deel uit overgenomen. Die context is belangrijk wanneer je zijn naam binnen NLP tegenkomt.
Wat je er in de praktijk aan hebt
Zodra je begrijpt dat elke zin een samenvatting is, ga je anders luisteren. Je hoort wat iemand zegt en merkt sneller welke informatie ontbreekt. Juist die informatie kan het gesprek verder brengen.
‘Het gaat wel’ is grammaticaal een volledige zin. Er staat niet bij waar het over gaat, hoe goed het gaat en waarmee iemand het vergelijkt. Een gerichte vraag brengt het werkelijke onderwerp vaak snel boven tafel.
Dat is wat Chomsky, zonder het als gespreksmethode te hebben bedoeld, aan de coachpraktijk heeft bijgedragen. In de NLP Practitioner is het metamodel een van de eerste onderwerpen die je leert, omdat veel wat daarna komt op aandachtig luisteren rust.
Veelgestelde vragen
Wat is de theorie van Chomsky?
Chomsky stelt dat mensen geboren worden met een aangeboren aanleg voor grammatica, die hij de universele grammatica noemt. Taal leer je volgens hem niet uitsluitend door nadoen, want kinderen maken zinnen die ze nooit gehoord hebben. Daarnaast onderscheidt hij de dieptestructuur, de volledige betekenis in het hoofd, van de oppervlaktestructuur, de zin zoals die uitgesproken wordt.
Waar staat Chomsky het meest bekend om?
Bij taalkundigen om de generatieve taalkunde en de universele grammatica. Bij het bredere publiek is hij bekend om zijn politieke werk en zijn kritiek op de rol van media in machtsverhoudingen.
Wat is Chomsky’s theorie over taalontwikkeling?
Kinderen verwerven taal volgens Chomsky met een aanleg die al aanwezig is. Ze horen onvolledige en soms foutieve taal om zich heen en ontwikkelen desondanks in enkele jaren een samenhangend grammaticaal systeem. Volgens hem wijst dat op een aangeboren structuur waarin taal zich kan ontwikkelen.
Wat heeft Chomsky met NLP te maken?
Zijn onderscheid tussen dieptestructuur en oppervlaktestructuur is de basis onder het metamodel van NLP, de vragenset waarmee je weggelaten of vervormde informatie terughaalt. John Grinder was taalkundige en bracht dat model mee. Chomsky zelf is nooit bij NLP betrokken geweest.
Wat is het verschil tussen dieptestructuur en oppervlaktestructuur?
De dieptestructuur is de volledige betekenis zoals die in het hoofd van de spreker aanwezig is. De oppervlaktestructuur is de zin die er uiteindelijk uitkomt, na bewerkingen zoals weglaten, samenvatten en omzetten. Daardoor kan in een uitgesproken zin informatie ontbreken die bij de spreker nog aanwezig is.