Bij lateraal chunken vragen we door op hetzelfde abstractieniveau
Doorvragen op hetzelfde abstractie niveau is handig om meer overzicht te creëren. Vaak blijven mensen “hangen” in details en kunnen dan moeilijk andere alternatieven bedenken. Door gericht vragen te stellen, kan bij de ander meer keuze ontstaan.
De vraag die je stelt om lateral chunken te doen is “Wat zijn andere voorbeelden van ….?” Om goed lateral chunken te doen moet je eerst een abstractie niveau omhoog te gaan (upchunken) en daarna een ander voorbeeld daarvan te zoeken (downchunken).
Voorbeeld:
Appel
Vraag: “Waar is een appel een voorbeeld van? (Upchunken)”
Antwoord: “Fruit”
Vraag :”Welke andere voorbeelden van fruit ken je?” (Lateral Chunk)
Antwoord :”Peer”