Wat is VAKOG?
Mensen ervaren de wereld niet direct, maar via hun zintuigen. In NLP noemen we dit representatiesystemen. VAKOG is het acroniem voor de vijf manieren waarop we informatie opnemen, opslaan en weergeven in ons brein. Het staat voor:
- Visueel: Wat je ziet (beelden, kleuren, vormen).
- Auditief: Wat je hoort (geluiden, stemmen, ritme).
- Kinesthetisch: Wat je voelt (zowel fysieke aanraking als emoties).
- Olfactorisch: Wat je ruikt (geuren).
- Gustatoir: Wat je proeft (smaken).
Hoewel we alle vijf de zintuigen gebruiken, hebben de meeste mensen een voorkeurssysteem. Ze denken bijvoorbeeld primair in beelden (visueel), voeren voortdurend interne dialogen (auditief) of baseren beslissingen vooral op hun gevoel (kinesthetisch). De laatste twee, geur en smaak, spelen vaak een ondersteunende rol, hoewel ze sterke ankers kunnen vormen voor herinneringen.
Je voorkeurssysteem beïnvloedt niet alleen hoe je leert en herinneringen opslaat, maar ook hoe je communiceert. Als je goed luistert naar de predicaten (zintuiglijke woorden) die iemand gebruikt, ontdek je snel in welk systeem diegene op dat moment opereert.
Waarom is dit belangrijk in NLP?
VAKOG is een fundament binnen NLP. Het verklaart waarom twee mensen exact dezelfde situatie compleet anders kunnen ervaren. De een herinnert zich het scherpe licht en de gezichtsuitdrukkingen, de ander herinnert zich de toon van de stemmen, en weer een ander herinnert zich vooral de spanning in de ruimte.
Als je begrijpt hoe representatiesystemen werken, krijg je direct meer invloed op je eigen denkprocessen en je communicatie met anderen. Het helpt je om sneller rapport op te bouwen door aan te sluiten bij de belevingswereld van je gesprekspartner. Als iemand visueel is ingesteld en jij blijft kinesthetische argumenten gebruiken (“Ik voel dat dit niet klopt”), ontstaat er onbegrip. Vertaal je dit naar hun systeem (“Ik zie het plaatje nog niet helemaal helder”), dan landt je boodschap direct.
Daarnaast vormt VAKOG de basis voor het werken met submodaliteiten. Dit zijn de fijnere details binnen een zintuiglijk systeem (bijvoorbeeld of een beeld kleur of zwart-wit is). Door deze details bewust aan te passen, kun je de emotionele lading van een herinnering of overtuiging veranderen.
Hoe pas je VAKOG toe in de praktijk?
Je kunt de kennis van representatiesystemen direct inzetten om je communicatie te verscherpen en beter aan te sluiten bij anderen. Hier zijn drie concrete manieren:
1. Luister naar het woordgebruik
Let op de werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden die iemand gebruikt. Dit geeft direct weg in welk systeem ze zitten.
* Visueel: “Ik zie wat je bedoelt”, “Dat ziet er goed uit”, “Laten we er een helder beeld van schetsen.”
* Auditief: “Dat klinkt logisch”, “Ik hoor wat je zegt”, “Dat is muziek in mijn oren.”
* Kinesthetisch: “Ik heb er een zwaar gevoel bij”, “Dat raakt me”, “We moeten de knelpunten aanpakken.”
Als je deze taal herkent, kun je jouw eigen taalgebruik hierop afstemmen. Dit creëert onbewust een gevoel van herkenning en vertrouwen.
2. Let op oogbewegingen
Naast woordgebruik verraden de ogen vaak hoe iemand informatie ophaalt of construeert. Dit noemen we in NLP eye accessing cues. Over het algemeen geldt (voor rechtshandigen):
* Omhoog kijken: visuele informatie verwerken.
* Horizontaal kijken: auditieve informatie verwerken.
* Omlaag kijken (rechts): kinesthetische informatie (gevoel) verwerken.
* Omlaag kijken (links): interne dialoog (auditief digitaal).
Dit helpt je om te kalibreren en te zien of iemand bijvoorbeeld een beeld probeert te herinneren of juist in zijn gevoel zit.
3. Verrijk je eigen presentaties en verhalen
Als je een groep toespreekt of een tekst schrijft, weet je niet wat het voorkeurssysteem van ieder individu is. De oplossing is simpel: gebruik ze allemaal. Combineer visuele beschrijvingen, auditieve elementen en kinesthetische woorden. “Kijk naar de mogelijkheden (V), luister naar de feedback van je klanten (A) en pak de controle stevig vast (K).” Zo zorg je dat je boodschap bij iedereen landt, ongeacht hun voorkeur.
Samenvatting
VAKOG (Visueel, Auditief, Kinesthetisch, Olfactorisch, Gustatoir) beschrijft de vijf representatiesystemen waarmee we de wereld ervaren en informatie opslaan. Iedereen heeft een voorkeurssysteem, dat terug te horen is in taalgebruik en te zien is aan oogbewegingen. Door deze systemen te herkennen en je communicatie erop af te stemmen, bouw je sneller rapport op en voorkom je miscommunicatie. Het bewust inzetten van alle systemen maakt je boodschap bovendien impactvoller voor een breder publiek.
Dit begrip echt leren gebruiken?
In de NLP Practitioner maak je kennis met de begrippen uit NLP en leer je ze in de praktijk toepassen.
Bekijk de NLP Practitioner