Twee mensen kunnen precies dezelfde ervaring hebben gehad, en de één draagt hem zijn hele leven mee terwijl de ander er na een week niet meer aan denkt. Dat zegt niets over de ervaring zelf. Het zegt iets over de manier waarop het brein de ervaring heeft opgeslagen.
In NLP noemen we die opslageigenschappen submodaliteiten. Het zijn de zintuiglijke details van een interne representatie: hoe groot is het beeld, hoe helder, hoe dichtbij, is het in kleur of zwart-wit, is er beweging in, hoe hoog is het volume van de bijbehorende geluiden, waar in het lichaam voel je het en met welke kwaliteit? Die details bepalen voor een groot deel de emotionele intensiteit van een herinnering of gedachte.
En dat is goed nieuws. Want die details zijn aanpasbaar.
Het doel van het werken met submodaliteiten
Het doel is het veranderen van de emotionele intensiteit van een herinnering, een gedachte of een gevoel, door de zintuiglijke kenmerken ervan aan te passen. Dat kan in beide richtingen: je kunt iets minder intens maken, en je kunt iets juist intensiever en aantrekkelijker maken.
Dit is een van de meest directe werkwijzen in NLP, want je werkt niet met de inhoud van een herinnering maar met de vorm. Niet met wat er is gebeurd, maar met hoe je brein het heeft opgeslagen. Een traumatisch beeld in zwart-wit, kleiner en verder weg zetten heeft een ander effect dan hetzelfde beeld groot, helder en dichtbij laten staan. De ervaring verandert niet, maar de intensiteit ervan wel.
Hoe het werkt
De drie modaliteiten en hun submodaliteiten
Submodaliteiten vallen uiteen in drie categorieën, corresponderend met de drie hoofd-zintuigsystemen.
Visuele submodaliteiten
Alles wat je intern ziet of voor je ziet: helderheid, grootte, afstand, kleur of zwart-wit, focus, beweging of stilstand, geassocieerd (kijk je vanuit je eigen ogen) of gedissocieerd (kijk je naar jezelf van buitenaf), omlijnd of vaag, plat of driedimensionaal.
Auditieve submodaliteiten
Alles wat je intern hoort: volume, toon, tempo, richting van het geluid, afstand, of het een stem is van binnen of van buiten, mono of stereo, helder of gedempt.
Kinesthetische submodaliteiten
Alles wat je intern voelt: locatie in het lichaam, grootte van het gevoel, intensiteit, temperatuur, beweging of richting, textuur, druk, ritme.
Kritieke submodaliteiten vinden
Niet elke submodaliteit heeft hetzelfde effect op de intensiteit van een representatie. Sommige zijn “kritiek”: als je die aanpast, verandert de intensiteit aanzienlijk. Andere hebben weinig effect.
Je vindt de kritieke submodaliteiten door te experimenteren. Neem één submodaliteit, verander hem even, en kalibreer het effect. Is de intensiteit van de herinnering of het gevoel toegenomen of afgenomen? Als het verschil groot is, heb je een kritieke submodaliteit gevonden.
Typische kritieke submodaliteiten zijn: afstand (dichterbij of verder weg), grootte, helderheid, geassocieerd versus gedissocieerd, en de locatie van een gevoel in het lichaam.
Een negatieve herinnering minder intens maken
Kies een herinnering die je liever met minder intensiteit ervaart. Let op: dit werkt het best voor herinneringen die je belemmeren in het heden, niet voor het wegstoppen van ervaringen die verwerking vragen.
Stel je de herinnering voor. Welke visuele submodaliteiten zitten er in? Verklein het beeld. Zet het verder weg. Maak het minder helder of zet het in zwart-wit. Maak het gedissocieerd als het dat nog niet is: bekijk de situatie van buiten, als een observator.
Kalibreer: hoe voelt de herinnering nu? Is de emotionele lading veranderd? Ga door met aanpassen totdat de intensiteit op een niveau zit dat aanvaardbaar is.
Een positieve toestand of doel intensiveren
Dit werkt precies omgekeerd. Kies een positieve herinnering of een gewenst doel. Maak het beeld groter, helderder, dichterbij. Voeg kleur toe als het er nog niet is. Maak het geassocieerd zodat je erin kijkt vanuit je eigen ogen. Verhoog het volume van de bijbehorende positieve geluiden.
Kalibreer: hoe voelt het nu? Hoe aantrekkelijk is de toestand of het doel geworden? Dit is future pacing via submodaliteiten: het gewenste echt dichtbij en concreet maken.
10 situaties waarin je submodaliteiten bewust aanpast
1. Een herinnering aan een publieke mislukking
Iemand herinnert zich een presentatie die fout liep en vermijdt sindsdien presentaties. De herinnering staat groot, helder en dichtbij opgeslagen, met veel emotionele intensiteit. Door hem kleiner, vager en verder weg te zetten, neemt de belemmering af.
2. Een negatief zelfbeeldpicture
Het beeld dat iemand van zichzelf heeft in een bepaalde context is kleiner dan de werkelijkheid, weinig helder, ver weg. Door dat beeld te vergroten, helderder te maken en dichterbij te brengen, versterkt het zelfvertrouwen in die context.
3. Een doel dat altijd onbereikbaar voelt
Als een doel intern klein, vaag en ver weg staat, voelt het bereiken ervan als een sprong in het duister. Door de submodaliteiten van het doel te veranderen naar groot, helder en dichtbij, geeft je brein het signaal dat het concreet en haalbaar is.
4. Nervositeit voor een examen of toets
De representatie van het examen is groot en dreigend. Door het oud en kleiner te maken, en tegelijkertijd de representatie van jijzelf als bekwame kandidaat te vergroten, verschuift de balans.
5. Pijn aan herinneringen die je te lang bij je draagt
Soms staat een oude herinnering zo op de voorgrond van het mentale beeld dat het je dagelijkse functioneren kleurt. De submodaliteiten aanpassen is geen verdringing maar een repositionering die de herinnering zijn plek geeft zonder dat ze alles overheerst.
6. Een motivatieclip voor jezelf creëren
Je kunt bewust een interne “film” maken van jezelf die succesvol handelt in een context die je aanspreekt. Door die film de juiste submodaliteiten te geven, groot, helder, in kleur, bewegend, geassocieerd, wordt het een krachtig ankerpunt.
7. Angst voor een specifieke persoon of situatie
De representatie van die persoon of situatie is enorm en overweldigend. Door hem kleiner te maken, ver weg te plaatsen, minder helder, in zwart-wit, verandert de verhouding van je tot die situatie.
8. Een overtuiging die je beperkt
Beperkende overtuigingen hebben ook submodaliteiten. Vraag iemand: als je die overtuiging een beeld geeft, hoe ziet dat er dan uit? Verander dan de submodaliteiten van dat beeld, en kalibreer of de overtuiging zich anders voelt.
9. Een gewoonte aantrekkelijker maken
Je wilt naar de sportschool, maar het voelt zwaar. De representatie van de sportschool is klein en grijs. Door hem groter, levendiger en dichter bij te zetten, en door de submodaliteiten van jezelf na het sporten te vergroten, neemt de motivatie toe.
10. De intensiteit van rouwgevoelens hanteren
Niet om verdriet weg te stoppen, maar om het hanteerbaarder te maken. Door de submodaliteiten van een herinnering aan iemand die er niet meer is te veranderen naar een warm, gedissocieerd, rustiger beeld, kan het verdriet een plek krijgen die minder overweldigend is.
Veelgestelde vragen
Verander je dan de werkelijkheid van een herinnering?
Je verandert de opslag van de herinnering, niet de feiten. Wat er is gebeurd, is gebeurd. Maar de manier waarop je brein die herinnering vertegenwoordigt, is aanpasbaar. En die representatie bepaalt voor een groot deel de emotionele impact ervan.
Wat als de submodaliteiten steeds terugkeren naar hun oorspronkelijke stand?
Dat kan, zeker bij sterk ingesleten patronen. In dat geval is het de moeite waard om te onderzoeken wat de functie is van het bewaren van die hoge intensiteit. Daar komt soms een parts-vraagstuk uit naar voren dat aanvullende techniek vraagt.
Kun je submodaliteiten zelf aanpassen of heb je een practitioner nodig?
Eenvoudige toepassingen kun je zelfstandig doen als je de basisprincipes kent. Voor complexere situaties, zeker als er veel emotionele intensiteit bij hoort, is begeleiding verstandig. Een practitioner kan de kritieke submodaliteiten sneller vinden en het effect beter bewaken.
Submodaliteiten vormen een van de kernmodules van de NLP Practitioner opleiding. Je leert er de basis, en in de NLP Master Practitioner ga je een stuk dieper met geavanceerde toepassingen.
Hier dieper in willen gaan?
Dit onderwerp komt uitgebreid aan bod in de NLP Master Practitioner, de verdieping na de Practitioner.
Bekijk de NLP Master Practitioner