Wanneer gebeurt dit bij jou?
Het valt zelden op in het grote gesprek. Het gebeurt in de bijzin.
Je zit in een overleg en zegt iets over de planning. Twee minuten later herhaalt iemand anders het in andere woorden en dan wordt het opgepakt. Je zegt er niets van, want het gaat tenslotte om de inhoud en het is nu geregeld.
Het is vrijdagmiddag en een collega loopt langs met de vraag of je er nog even naar kunt kijken. Je hoort jezelf ja zeggen terwijl je in je hoofd al aan het schuiven bent in je weekend. Achteraf denk je dat het geen groot ding was.
Je hebt met je zus afgesproken en zij verzet het voor de derde keer. Je stuurt een berichtje terug dat het geen probleem is, met een smiley erachter zodat het licht blijft.
De aannemer zegt dat het zo hoort. Je weet vrij zeker dat je iets anders had besproken en je vraagt niet door, want hij is de vakman.
Wat deze vier situaties gemeen hebben is dat je op het moment zelf een reden had. Ieder van die redenen klopt ook. Wat je pas ziet als je ze naast elkaar legt, is dat de reden telkens klaarligt en de uitkomst telkens dezelfde is.
Hoe nodig je het zelf uit?
Dit is het ongemakkelijke deel van het antwoord en tegelijk het bruikbare deel, want het is het enige stuk waar jij iets aan kunt doen.
Mensen lezen elkaar razendsnel. Binnen een paar seconden weet iemand of hij ruimte krijgt en dat weet hij vaak eerder dan jij het zelf doorhebt. De signalen die je afgeeft zijn klein en ze zijn opvallend consistent.
De aanloop. "Sorry dat ik het vraag." "Ik weet dat je het druk hebt." "Even iets kleins." Voordat je iets hebt gezegd, heb je je verzoek al gehalveerd.
De vraagintonatie. Je gaat aan het eind van je zin omhoog met je stem, ook als het een mededeling is. "Ik lever het maandag aan?" Dat is een uitnodiging om erover te onderhandelen.
Het lachje erachteraan. Je zegt iets dat ergens over gaat en dan lach je even. Die lach neemt de zin voor de helft terug.
Het antwoord dat al klaarligt. Nog voordat de vraag helemaal gesteld is, hoor je jezelf al instemmen. Er zit geen ruimte tussen het verzoek en je ja en de ander merkt dat er niets te overwegen viel.
Het invullen voor de ander. "Je hebt vast een reden." "Ik snap het wel hoor." Je geeft de verklaring cadeau die de ander zelf had moeten geven.
Geen van deze vijf is een karakterfout. Het zijn gewoontes en ze zijn stuk voor stuk zichtbaar op video en hoorbaar op een geluidsopname. Dat is goed nieuws, want zichtbaar gedrag kun je veranderen.
Waarom doe je het?
Omdat het werkt. Op de korte termijn dan.
Toegeven levert onmiddellijk rust op. De spanning in het gesprek zakt, de ander is tevreden en jij kunt door met je dag. Dat is een echte beloning en je brein onthoudt beloningen. Wie honderd keer heeft gemerkt dat meebewegen de temperatuur verlaagt, doet het de honderdeerste keer zonder erover na te denken.
Binnen NLP heet dat uitgangspunt dat elk gedrag een positieve intentie heeft. Dat klinkt vriendelijk en het is vooral praktisch: zolang je je eigen meegeven ziet als slapheid, ga je ertegen vechten en verlies je. Zodra je ziet wat het je oplevert, kun je iets zoeken dat hetzelfde oplevert zonder de prijs.
Er zit meestal ook een generalisatie onder. Ergens heb je geleerd dat je positie innemen gedoe oplevert. Misschien in een gezin waar de sfeer omsloeg als iemand tegensprak, misschien bij een leidinggevende die je een keer publiekelijk terugfloot. Eén ervaring werd een regel en die regel is daarna nooit meer getoetst. Je merkt hem alleen aan de uitkomst, want je gaat het gesprek in met de verwachting dat het misgaat.
En er zit vaak een anker onder. Een bepaalde toon in iemands stem, een blik, de manier waarop iemand achterover leunt: dat zet je in een halve seconde terug in een oude toestand. Je bent tweeënveertig en je reageert als de versie van jezelf die je op je veertiende was. Dat gaat zo snel dat het voelt als je persoonlijkheid, terwijl het een reactie is die ooit is aangeleerd.
Wat dit alles betekent, is dat je niet zoekt naar meer wilskracht. Je zoekt naar het moment waarop het patroon aanslaat, want daar zit de enige plek waar je iets kunt kiezen.
Wat je eraan kunt doen
Begin klein en begin bij je lichaam, want dat is sneller dan je hoofd.
De oefening: tel tot drie.
De volgende keer dat iemand je iets vraagt waarvan je voelt dat je automatisch ja gaat zeggen, doe je één ding. Je zegt niets en je telt in stilte tot drie en dat is de hele oefening.
Die drie seconden voelen ongemakkelijk lang. Voor de ander duren ze nauwelijks. In de praktijk gebeurt er in die drie tellen iets opvallends: de ander begint vaak zelf te praten en levert dan de nuance die jij anders had ingevuld. "Het hoeft niet vandaag." "Als het niet uitkomt, hoor ik het wel."
En als de ander niets zegt, heb je drie seconden gehad waarin je iets anders kunt antwoorden dan je gewoonte. Eén zin is genoeg. "Ik kom er vanmiddag op terug." Dat is uitstel en het geeft je precies de ruimte die je in het moment zelf niet had.
Bereid die ene zin voor. Wie hem moet bedenken terwijl de spanning oploopt, valt terug op de gewoonte.
Kies één situatie per week. Geen totale ommekeer. Eén overleg, één collega, één telefoontje. Wie zichzelf oplegt om vanaf maandag overal voor zichzelf op te komen, houdt dat drie dagen vol.
Let op wat er daarna gebeurt. Dit is het deel dat mensen overslaan en het is het deel dat de verandering vastzet. Schrijf op wat de reactie van de ander werkelijk was. In de meeste gevallen is die reactie veel milder dan de reactie die je had verwacht en dat verschil is precies de reden dat de oude regel nooit is getoetst.
Laat één signaal weg. Kies er één uit de lijst hierboven, bij voorkeur de aanloop of het lachje en haal die er een week uit. Eén weglaten werkt beter dan vijf tegelijk proberen te veranderen.
Reken op weken en niet op dagen. Gedrag dat je jarenlang hebt geoefend, verdwijnt niet in één gesprek. Wat wel snel verandert is hoe vaak je het ziet gebeuren terwijl het gebeurt en dat is de eerste echte winst.
Veelgestelde vragen
Wat betekent het als anderen over je heen lopen?
Het betekent dat de ander in jouw gedrag ruimte leest om zijn eigen belang voorrang te geven. Dat gebeurt zelden bewust en het gaat bijna altijd op kleine signalen: een aarzeling, een snel ja, een vraag die je als vraag laat eindigen.
Ligt het aan mij of aan de ander?
Aan allebei en de enige helft waar je iets aan kunt doen is die van jou. Er zijn mensen die structureel meer ruimte nemen dan hun toekomt. Ook zij lezen wie meebeweegt en wie dat niet doet.
Moet ik harder worden om dit te stoppen?
Nee. Harder worden levert meestal een ander probleem op. Wat werkt is trager worden: even niets zeggen, één zin voorbereiden en die zin afmaken zonder er iets achteraan te lachen.
Waarom lukt het bij de één wel en bij de ander niet?
Omdat er bij bepaalde mensen een anker ligt. Een toon of een blik zet je in een halve seconde terug in een oude reactie. Willen heeft er weinig mee te maken en het is te veranderen zodra je herkent welk signaal het in gang zet.
Hoe lang duurt het voordat dit verandert?
Reken op weken. Wat binnen een paar dagen verandert is dat je het ziet gebeuren terwijl het gebeurt. Dat moment is de opening en daarna wordt het een kwestie van herhalen.
Een verwant patroon zie je bij je grens houden als de ander boos wordt.
Lees ook hoe het is vrijdagmiddag en een collega loopt langs in een gesprek zichtbaar wordt.
Bij het patroon herkennen merk je hoe snel gedrag een vaste gewoonte kan worden.
Een verwant patroon zie je bij het antwoord dat al klaarligt.
Zelf oefenen
Vijf dagen, elke ochtend één mail
Een gratis cursus over assertiviteit. Elke dag één ding om uit te proberen, in vijf tot tien minuten. Je leert waar je patroon vandaan komt en wat je er morgen aan kunt doen.
Lees verder
- Je grens houden als de ander boos wordt
- Ben jij een pleaser
- Weerwoord vinden op het moment zelf
Waar sta je nu?
Wil je zien welke patronen bij jou een rol spelen? Bekijk waar je nu staat met Mind Metrics.